Op de pijp met... Willemien Mostert

Algemeen
Afbeelding

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Willemien Mostert.

Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl

Kunstenares Willemien Mostert (40) exposeerde onder andere in Parijs en New York, reisde naar allerlei landen in de wereld, maar blijft met haar wortels in Westland: “Westland is de streek waar dingen groeien. Ik laat ook iets groeien op mijn doeken.” Willemien is single en woont in ‘s-Gravenzande, waar zij ook haar atelier heeft.

Waar kom je vandaan?

Ik ben geboren in Naaldwijk, waar mijn vader tuinder was. Hij had door de jaren heen diverse teelten. Mijn moeder kwam uit een drukkersfamilie. Inmiddels doe ik ook grafisch werk, maar ik heb er indertijd nooit aan gedacht om die kant op te gaan.

Wat wilde jij worden als kind?

Ik heb eigenlijk altijd al kunstenaar willen worden. Niet om daar nou rijk van te worden. Wel rijk aan ervaringen misschien. Als kind was ik al creatief met onder andere tekenen. Dat doe ik nu niet meer zoveel. Ik zet nog wel een schets neer om mijn gedachten vorm te geven, maar het liefst maak ik kunst die mij zelf ook verrast. Iets dat als het ware een eigen leven gaat leiden.

Je hebt er ook voor doorgeleerd…

Mijn schooltijd was wat… rommelig. Na de basisschool zat ik even op de mavo in Poeldijk, voor ik overstapte naar de tuinbouwschool. Waar ik dus niet veel mee had. Geen succes dus. Daarna MBO plantenteelt en handel in De Lier, ook al niet mijn richting, maar wel handig want je leerde er talen. Maar weer geen diploma. in die tijd ging ik liever stappen dan naar school. Ik vond het leven machtig interessant. Dus toen de tuin maar in. Ondertussen toch wat grafische klussen gedaan en helpen bij mijn oom in de drukkerij. En daarnaast in deeltijd de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Dáár haalde ik mijn diploma, maar wat had ik eraan? Inmiddels deed ik veel grafisch werk en zat ik vaker achter de computer dan in mijn atelier.

Hoe kwam je terug in de kunst?

Je zou kunnen zeggen, via Groningen, New York en Parijs. Ik ging een master volgen aan het Frank Mohr Instituut in Groningen. Daar heb ik ook twee jaar gewoond. De opleiding was vooral aantrekkelijk vanwege een mogelijke uitwisseling met New York. Ik had nog niet veel buitenlandervaring dus dat leek me wel wat. Die uitwisseling kwam er. Drie maanden aan het Hunter College in New York. In die tijd was ik erg geïnteresseerd in islamitische kunst, met haar symmetrie en patronen, wat ook raakte aan architectuur. In Parijs heb ik weer de àndere kant van kunst gezien: meer het werk van de straat. Ik heb meerdere keren in New York mogen exposeren, waaronder in een prachtige kerk achter Central Park. Het thema ‘On the Inner and Outer Self’ ging over spiritualiteit en dat paste heel goed bij mijn toenmalige werk, wat nu bekend is onder de ‘Fold Collection’.

Waarom heet die zo?

Omdat het letterlijk zo is. De doeken komen tot stand door ze te vouwen. Zoals ik net zei: ik word graag zelf verrast door wat ik maak. Door het proces waarmee een werk tot stand komt. Ik vouw het doek waardoor patronen ontstaan. Dat betekent dat ik steeds weer anticipeer op het vorige resultaat, zonder te weten wat precies de uitkomst is. De kunst is om op het juiste moment te stoppen. Te weten, nu is het af.


Is spiritualiteit belangrijk voor jou?

Ja, al betekent dat niet dat ik nu heel erg mediteer of andere ‘spirituele’ dingen doe. Maar ik volg wel een opleiding spiritualiteit en zingeving en werk nu ook in de Dorpskerk van ‘s-Gravenzande. Op termijn kan ik met deze opleiding geestelijke begeleiding gaan doen en misschien wil ik dat wel.

Ik praat graag met mensen over het leven. Het brengt rust. De coronatijd heeft daar ook invloed op gehad. Het was, in allerlei opzichten, een onzekere tijd. Voor die tijd reisde ik veel, maar dat kon toen niet meer en gek genoeg is die behoefte aan reizen nog niet teruggekomen. Daardoor heb ik ook de tijd en de rust gevonden om me op andere dingen te focussen dan kunst alleen. Dus wie weet ligt daar in de toekomst een goede combinatie.

Waarom kwam je eigenlijk terug naar het Westland?

Ik had hier ook in die tijd nog mijn atelier op bedrijventerrein Teylingen. Ik miste toch een beetje het sociale. Hier ben je gewoon wie je bent. Als ik met vriendinnen ging stappen, dan was dat hier, niet in Groningen. Toch was het wel een omschakeling hoor. Maar dat zag ik ook wel als een uitdaging; om hier zelfstandig kunstenaar te kunnen zijn.

Is dat zo lastig?

Het is lastig ja. Dat heeft ook met de kunstwereld te maken. Ik heb zelf altijd wel een zakelijke inslag gehad, ook als het om mijn kunst gaat. Maar bij velen is dat een taboe; kunst mag niet om geld gaan. Zij geloven nog steeds in het sprookje dat als je maar goed werk maakt, succes vanzelf komt. Aan het eind van mijn studie hadden we wat ze ‘de dag van het zwarte gat’ noemden. Dan kwamen de Kamer van Koophandel langs, de belastingdienst… Maar daar lag de focus dan vooral op subsidies. Die zijn belangrijk, want via de subsidies kom je ‘in het circuit’. Dat heeft me altijd verbaasd. Ik wil juist ondernemend zijn.

Lukte dat?

Mijn werken verkopen, dus ja. Maar ik merkte onder andere dat de drempel van mijn atelier voor veel mensen toch wel hoog was. Toen kwam de coronatijd en viel alles stil. Ik besloot na vijftien jaar mijn atelier op te doeken. Ik dacht eraan om, bijvoorbeeld in Naaldwijk, iets pop-up-achtigs te gaan doen. Ook voor het sociale aspect. Leegstand genoeg, maar dat komt nog moeilijk van de grond. Nu heb ik een atelier in een kas van mijn vader in ‘s-Gravenzande.


Aparte plek voor een atelier…

Misschien juist ook wel passend. Westland is de streek waar dingen groeien. Ik laat ook iets groeien op mijn doeken. Dat zie je het beste in mijn ‘Growth Collection’. Dat zijn werken met vertakkingen van dikke lagen verf. Die lijken natuurlijk gegroeid, maar net als bij Fold zijn ze zorgvuldig verkregen door een gecontroleerd proces. Ik laat ze ontstaan vanuit de verf. De substantie vertakt zichzelf en is iedere keer weer anders. Als een wortelstelsel.

Je beelden zijn daarentegen weer heel anders…

Die zijn inderdaad niet abstract maar figuratief. Ooit begon dat met een wandsculptuur. Ik speelde in die tijd graag een kunstspelletje op de telefoon. Daar creëerde je dan ook kleine werkjes. Dat wat ik met mijn vinger op het scherm tekende, sloeg ik op en vergrootte ik uit. Zo kwamen de imperfecties tevoorschijn. Eerst werkte ik met karton en tape, tegenwoordig meer met stuc.

Karton, dat hoor je niet veel…

Kartonkunst bestaat wel, maar daarbij staat het karton juist centraal en blijft het zichtbaar. In mijn werken zie je niet meer terug dat het karton is. Maar het is fijn materiaal. Het is veelzijdig, werkt makkelijk en is schoon. Het veroorzaakt geen vuil of stof. Het is er altijd, zeker nu er zoveel pakketjes verzonden worden. Je hoeft er dus niet in te investeren. En dat het eigenlijk een soort recycling is, is dan mooi meegenomen.

Doe je nog meer?

Kijk maar eens op mijn website ‘willemienmostert.nl’. Daar kom je meer van mijn werk tegen. Zoals mijn ‘business collection’, want zaken en kunst gaan prima samen. Verder is er de ‘Candy shop’. Als je die ziet weet je wel waarom die zo heet. En ja, je vindt er ook het I Love Westlandshirt. Want hier ben ik tenslotte thuis!

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: