Op de pijp met... Martha Barendse-Vollering

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Martha Barendse-Vollering.
Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl
Westlanders acultureel? (tekst)schrijfster Martha Barendse-Vollering gelooft er niets van: “Kunst, boeken, toneel, muziek, het zijn manieren om verhalen te vertellen. En voor die verhalen is altijd belangstelling.” Martha is getrouwd met Peter en woont in Maasdijk. Samen hebben ze drie kinderen en twee kleinkinderen.
Waar kom je vandaan?
Ik ben geboren in Kwintsheul. De derde van vier kinderen in een echt tuindersgezin. Mijn vader was één van de eerste auberginekwekers in het Westland. Die werden hier meegebracht door de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders die begin jaren ‘70 hier kwamen werken in de tuin. We kenden ze nog niet. Ik herinner me nog dat we een aantal keren aan de keukentafel zaadjes uit zo’n aubergine zaten te pulken. Op mijn dertiende verhuisden we naar Poeldijk, waar mijn vader een nieuwe tuin kon bouwen. Een prima plek, hoewel mijn moeder zich haar hele leven als Heulse bleef beschouwen.
Hoe zag jij jouw toekomst?
Ik zocht het in de medische hoek. Na de Theresia van Avilaschool in Kwintsheul ging ik naar het Stanislas in Delft, en na de verhuizing naar Poeldijk naar het Thomas More College in Den Haag. Arts, dat leek in die tijd wel wat hoog gegrepen voor een vrouw, dus het werd HBO-Medisch Analist, later Research Analist. Mijn eerste baan was op een huisartsenlaboratorium in Rotterdam. Daar was ik snel uitgekeken, want je deed steeds alleen maar dezelfde testjes. Ik vond een baan bij een biochemisch laboratorium in Leiden. Daar hielden ze zich bezig met genetica. Het sequencen van DNA stond toen nog in de kinderschoenen. Heel interessant, bovendien was de werkplek ook erg leuk. Er was geen hiërarchie. De professor zat tussen de stagiairs. Er werkten buitenlanders, er waren lesbiennes - wij praatten niet over inclusiviteit, het was er gewoon. Een van de promovendi met wie ik werkte was Ronald Plasterk. Hij was de eerste die een pc op het werk had. Iedereen kwam kijken naar dat bijzondere apparaat. De magnetron was ook iets nieuws. Daar deden we ook veel mee. Ik vond het allemaal heel interessant. Ik ben analytisch ingesteld, dat is wel een rode draad in mijn leven.
Toch ben je er mee gestopt…
Mijn man had een rozenbedrijf en dat vroeg veel aandacht, toen ik in verwachting raakte werd het allemaal lastig te combineren. Ik heb toen nog een paar jaar lesgegeven op de avondschool, maar toen we naar Maasdijk verhuisden om een nieuwe rozenkwekerij op te zetten, werd het allemaal te druk. Ik ben toen een periode thuis gebleven. Maar het bleef wel kriebelen. Terug naar de research was lastig, want je kennis veroudert in die wereld snel. Maar ik vond schrijven ook leuk, dus ik heb toen een LOI schrijfcursus gedaan en ben toen freelance gaan schrijven voor de Westlandse Courant. Fred Ivens zat daar toen nog. Ik heb veel politieke verslaggeving gedaan en ik had een kerkrubriek.
Je hebt ook voor de Bloemisterij geschreven…
Toen Peter in 2000 de rozenkwekerij verkocht kreeg ik meer tijd. Werken voor de Bloemisterij was echt een baan, geen freelancewerk zoals bij de krant. Ik hield me vooral bezig met de commerciële kant van de tuinbouw, afzetmarkten, marketing… Het was de tijd dat kwekers concepten gingen bedenken en logo’s ontwierpen. Interessant, maar toch niet helemaal mijn wereld. Na twee jaar stopte ik ermee. Human interest ligt me toch meer. Ik kwam in contact met Paul Thoen en ging voor Het Hele Westland schrijven. Dat heb ik jaren gedaan, en na een tussenpoos, nu weer. Over kunst en cultuur schrijf ik wel, maar niet voor de krant.
![]()
Waar komt de interesse voor kunst vandaan?
Kunst heb ik altijd al interessant gevonden. Daarom heb ik van 2003 tot 2009 de avondstudie Kunstgeschiedenis gedaan. Tóch nog universiteit! Ik studeerde af op de Moderne en Hedendaagse kunst.
Wat houdt dat in?
De moderne kunst is vanaf ongeveer 1900. Hedendaagse is kunst van kunstenaars die nog leven. Dat vind ik aansprekender. Hedendaagse kunst is veel meer verweven met de kunstenaar. Het is kunst om de kunst. Daar komt mijn interesse in mensen terug. Wat beweegt iemand? Daar wilde ik graag over schrijven in de krant, maar daar dacht Paul anders over.
Tja, Westlanders en kunst…
Daar vergissen mensen zich dus in. Westlanders zijn niet zo acultureel. Boeken, beeldende kunst, muziek, toneel, dat zijn kunstvormen die verhalen vertellen. En dat leeft echt wel in Westland. Het is alleen misschien iets meer verborgen/alleen is de drempel wat hoger. Maarten van der Schaft heeft indertijd een prachtig boek gemaakt over Schilders van het Westland. Er bestonden genoeg kunstwerken. Het Westlands Museum heeft een aanzienlijke schilderijencollectie, net als de gemeente. Alleen, dat ligt in depot en is dus niet te zien.
Dat is jammer…
Daarom is er ook een initiatiefgroep, waar ik ook lid van ben, die pleit voor een Westlands kunstmuseum. Inmiddels zijn we vijf jaar bezig. Het is niet zo dat er geen interesse is, maar het is een lang proces. Een museum is niet eenvoudig van de grond te krijgen, want het kost veel geld, maar de interesse is er zeker. Ik ben ook betrokken bij Kunsthalte 6, en dan merk ik steeds weer; Westlanders zijn wel geïnteresseerd. Ze bekijken galerieën, lopen kunstroutes, bezoeken lezingen…
Is een galerie dan niet genoeg? Waarom een museum?
Een galerie heeft ook een commerciële kant. Het werk daar is te koop. In een museum wordt de kunst cultureel en historisch ingebed. Dat is toch anders.
![]()
Je maakt ook zelf kunst…
Ik teken en ik schilder. Maar dat beschouw ik als een hobby. Een fijne manier om mijn hoofd leeg te maken. Ik exposeer wel eens, maar ik vind mijn werk niet goed genoeg om mezelf kunstenares te noemen. En mijn hart ligt toch meer bij het schrijven.
Niet alleen in de krant, maar ook boeken…
Mijn eerste boek, ‘Herinneringen achter Glas’ is eigenlijk toevallig ontstaan. Ik maakte indertijd een serie interviews met tuinders. Hoe een gemeenschap verandert door de tijd heen. Ik wilde de verhalen vastleggen van hoe het was voor de vorige generaties. Dat resulteerde in 25 verhalen over allerlei aspecten van de tuinbouw en het Westland. Peter Smit van het Historisch Archief Westland zag er wel wat in en zo werd het uitgegeven.
En toen had je de smaak te pakken…
Ik noemde Maarten van der Schaft al met zijn boek over schilders van het Westland. Daar zat meer in. Samen hebben we toen het boek ‘Schilders aan de Nieuwe Waterweg’ gemaakt. Ik dook ervoor de archieven in en ging bij verzamelaars langs. Tijdrovend maar leuk werk. Ik hou van research doen. Daar waar in Westland weinig bekende schilders actief waren, was dat in Hoek van Holland anders. Daar kon je zomaar Mesdag zien komen aanwandelen door de duinen.
Je schrijft ook fictie…
Na het Waterwegboek dacht ik ‘laat ik eens een roman proberen’. Dat werd ‘Een Meesterlijk Verlies’. Een historische roman waar ook veel kunst in zit. Mijn laatste boek is van anderhalf jaar geleden. Dat is weer heel anders; ‘De Onderwaterroker’ gaat over de nabije toekomst van Westland, wanneer de hennepteelt is vrijgegeven.
Hoe kom je op zo’n onderwerp?
Mijn broer woont in Californië. Daar is hennepteelt al big business. Ik dacht: waarom dan ook niet in Westland. Wij zijn toch ook commercieel en innovatief?
Hoe zie jij de toekomst van Westland dan?
Ik vrees dat we toch zullen uitgroeien tot één groot bedrijventerrein. Hoewel er ook altijd ruimte zal blijven voor kleine bedrijven, de niches; de innovatieve kwekers die hun gat in de markt vinden. En hopelijk blijft er iets behouden van het oude Westland.
Maarre, is het nou Barendse of Vollering…
In mijn werk bij de krant sta ik bekend als Barendse. Toen ik begon met kunst en boeken schrijven, besloot ik daarvoor mijn meisjesnaam te gebruiken. Dus het is gewoon allebei!






Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie