Op de pijp met... Leo Prins

Algemeen
Nog een jaartje mag Leo Prins (65) doen wat hij graag doet: mensen wegwijs maken in het autoverkeer.
Nog een jaartje mag Leo Prins (65) doen wat hij graag doet: mensen wegwijs maken in het autoverkeer. (Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Leo Prins.

Nee, hij is nooit bang naast zijn leerlingen. Nog een jaartje mag Leo Prins (65) doen wat hij graag doet: mensen wegwijs maken in het autoverkeer. En daarna? “Dan heb ik des te meer tijd voor mijn vrijwilligerswerk.” Leo is getrouwd met Ageeth. Samen hebben ze drie dochters en zes kleinkinderen. Ze wonen in Naaldwijk.

Waar kom je vandaan?
Ik ben geboren op de Kleine Achterweg in Naaldwijk. als derde in een gezin met zeven kinderen. Ik heb nog vijf broers en één zus. Mijn vader was tuinder. Hij teelde tomaten en had een paar kassies druiven staan. Daarnaast had hij veel open land waar hij van alles teelde. Kool, schorseneren… De kinderen van nu kennen die niet eens meer. Ik wel. In tegenstelling tot mijn broers en zus hobbelde ik als kind nog wel eens achter mijn vader aan de tuin in.

Wilde jij dan ook tuinder worden?
Ik wilde hovenier worden. Dat leek me veel leuker dan tuinder. Na de Rehobothschool en mavo ‘t Kruispunt ging ik daarom naar Boskoop. Uiteindelijk ben ik wel in de tuin terecht gekomen, maar dat was niet mijn oorspronkelijke bedoeling.


Wat gebeurde er?
Mijn eerste baantje in een tuincentrum liep niet helemaal goed. Buiten mijn schuld om overigens. Daarbij kwam dat ik ontdekte dat het werk van hovenier ook wel heel zwaar was. Het waren de jaren ‘70 hé. De tijd van de zitkuilen, dus je was de hele tijd aan het slepen met tegels en bielsen. En een derde belangrijke reden was dat ik gewoon bepaald inzicht miste. Ik kon niet echt ontwerpen, tekeningen maken.

En dus?
Dat was in 1978. Crisistijd, dus werk vinden was lastig. Dan ligt het voor de hand om de tuin weer in te gaan. Mijn vader had de zijne inmiddels verkocht, niemand van ons wilde ‘m overnemen. Dus ik ben bij andere tuinders aan de slag gegaan. Na verloop van tijd wilde ik wel verder, dus ik huurde een tuin en later heb ik er één gekocht. Vervolgens heb ik vijftien jaar voor mezelf anjers en fresia’s geteeld. Maar na vijftien jaar was het op. Er moest steeds geld bij, dus ik ben gestopt.

Hoe was dat?
Vreselijk. Kijk, tuinder zijn is geen baan, het is je leven. Je geeft niet alleen je werk op, maar ook je toekomstdromen en zelfs je huis. Want we woonden op de tuin en daar moesten we dus weg. Dan laat je alles achter en met een vrouw en drie kinderen moet je opnieuw beginnen. Gelukkig kon ik het financieel goed afwikkelen zodat we geen schulden hadden en we konden zelfs een huisje kopen. In het dorp, dat wel. Dat was ook wennen. Ik had altijd in het buitengebied gewoond. Maar uiteindelijk viel dát nog mee.

Maar de rest niet…
Ik ben echt door een diep dal gegaan. Je voelt je totaal mislukt. Je bent boos op alles en iedereen, maar het meest op jezelf. Uiteindelijk ben ik er, met psychische hulp, wel bovenop gekomen, maar het heeft tien jaar geduurd. Dat is zonde van de tijd.

Je moest wel nieuw werk vinden…
Dat lukte goed. Uiteindelijk had ik er helemaal geen moeite mee om in loondienst te gaan. Het bleek zelfs ongekende voordelen te hebben: in mei kwam het vakantiegeld en je kon in de zomer zomaar drie weken weg! Dat had ik nog nooit gehad. Ik heb dertien jaar bij Cool Company gewerkt. Twee jaar daarvan was ik bedrijfsleider op twee lelietuinen en daarna zat ik in de bollenhandel en het fruitoverslag. Dat ging prima. Maar op mijn vijftigste ging ik nadenken over wat ik met mijn ‘tweede helft’ wilde doen, en ik besefte dat ik dit niet tot mijn 65e wilde blijven doen. Dus toen heb ik me laten omscholen tot rij-instructeur. Eerst een aantal jaar bij DON, en later voor mezelf. Inmiddels heb ik tien jaar mijn eigen rijschool.

Toch weer ondernemer…
Toch weer ondernemer. Het zit in je donder, zeg ik vaak.

Waarom koos je voor rij-instructeur?
Ik heb wel iets met verkeer. Ik vind autorijden leuk, al is het de laatste jaren wel heel wat drukker geworden in Westland, sinds de A4 doorgetrokken is. Ik heb ook iets met jongeren. Zo ben ik in onze kerk jeugdouderling geweest. Het is leuk om met jeugd op te trekken en ze iets verder te helpen. De eerste keer stapt er iemand in je auto die alleen maar kan fietsen, en een half jaar later stapt diegene in zijn of haar eigen auto, en daar heb jij bij geholpen. Dat is mooi.

Geef je alleen jongeren les dan?
Nee hoor, maar het grootste deel van mijn leerlingen is wel 17, 18 jaar oud. Je hebt soms mooie en bijzondere gesprekken in de auto.


Waarover?
Dat kan van alles zijn. Een jongen die boos is op z’n ouders. Een meisje met liefdesverdriet… Ik voel me soms net een soort pastoor of dominee. En net als bij hen geldt: wat in de auto verteld wordt, blijft in de auto. Maar het gaat net zo vaak over koetjes en kalfjes, werk, school, hobbies of voetbal…

Dat komt goed uit want jij praat graag over voetbal…
Ik ben van jongs af aan verstokt Feyenoord fan. Begin jaren ‘70 ging ik naar mijn eerste wedstrijd; Feyenoord-Chelsea. 50.00 mensen in De Kuip. Ik dacht meteen: dit wil ik vaker. Dat is wat Feyenoord met je doet. Het pakt je. Het laat je lachen, huilen, juichen en schelden. Dat laatste doe ik tegenwoordig gelukkig wel iets minder.

Maar Feyenoorder ben je ook niet voor de lol, zeggen ze…
We hebben diepe dalen gekend. 10-0 verliezen tegen PSV. Dan wordt er om je gelachen bij de koffieautomaat hoor. Maar drie dagen later zaten we in het stadion met 47.000 man om het team te steunen. Ook dat is Feyenoord. Nergens zijn trouwere fans. Mijn eigen dochter wilde op haar zesde al mee. Ik vond haar te jong, maar op een gegeven moment belde een vriend dat ie niet mee kon. Zij hoorde dat, dus ja, toen was er geen houden meer aan. En ook zij werd gepakt, en ze is nu nog fan. We gaan samen naar de wedstrijden toe. Feyenoord wil ik live zien, niet op televisie. Ja, je mag me best fanatiek noemen, maar ik zit ook gewoon met Ajacieden in de auto hoor.

Vind je het nooit eens eng met die onervaren bestuurders?
Nee hoor. Ik ben er toch zelf bij? En er gebeurt zelden wat. Hoogstens een lichte aanrijding. Ooit stuurde een meisje iets te dicht door de bocht en raakte een auto. Huilen natuurlijk. Komt die eigenaar naar buiten en vraagt: ‘hoort dat tegenwoordig ook bij de rij-opleiding?’ Dan is het ijs meteen gebroken hoor.

Volgend jaar ga je stoppen…
Ja, dan is het wel mooi geweest.

En dan?
Hopelijk krijg ik wat meer tijd voor vrijwilligerswerk. Iets dat ik, ondanks de drukte al jaren doe overigens. Ik noemde al dat ik jeugdouderling was. Daarin kon ik ook optrekken met de jeugd. Ik ben nu voor de derde keer diaken in onze PKN-kerk. Diaconie is iets moois om te doen. Mensen helpen. De kerk speelt een belangrijker rol dan veel mensen denken. Zo huisvesten we de Voedselbank, en hebben we geïnvesteerd in een keuken waardoor we nu twee keer in de week zo’n dertig mensen van een lekkere maaltijd kunne voorzien. Misschien ga ik ook wel rijden met de buurtbus, of iets doen voor mijn andere favoriete club: FC ‘s-Gravenzande. We gaan het wel zien!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: