Op de pijp met... Peter Keijzer

Nieuws
Peter Keijzer (70) uit De Lier is een man met veel talenten.
Peter Keijzer (70) uit De Lier is een man met veel talenten. (Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Peter Keijzer. 

Tekst: Esdor van Elten / Foto’s: Ton van Zeijl

Peter Keijzer (70) is een man met veel talenten. Talenten die hij door de tijd heen ontwikkeld heeft. Stilstaan is er niet bij, want er is steeds wel weer iets nieuws om naar te streven. Een kerel van uitdagingen. “Soms zie ik werk waarvan ik denk: zo goed wil ik ook worden.” Peter is getrouwd met Germa en woont in De Lier. Samen hebben ze drie kinderen en vier kleinkinderen.

Waar kom je vandaan?
Ik ben een geboren en getogen Lierenaar. Een echte Theebukker. Ik heb één broer en twee zussen. Mijn vader was aanvankelijk tuinder en later werkzaam bij het Uitvoer Controle Bureau van de groenteveiling. Ik denk dat ons gezin de meeste groente at van iedereen, want mijn vader kreeg geregeld een maaltje van het een of ander toegestopt.

Je zegt Theebukker. Dus ook een carnavalsvierder?
In 1993 werd er gevraagd of ik Prins wilde worden. Voor die tijd vierden we nooit carnaval, dus daar moesten we even over nadenken. Mijn vader was indertijd ook een keer uitgenodigd. Als regisseur van de twee toneelverenigingen hier was hij een bekende verschijning in het dorp. Hij durfde het niet helemaal aan en dat was mede een reden voor mij om het wèl te doen. Ik ben wel een kerel van uitdagingen. We doen het gewoon. We hebben een geweldige tijd gehad en daarna ben ik nog vijftien jaar aan de vereniging verbonden geweest.


Wat wilde je worden als kind?
Als kleuter wilde ik al mooie dingen maken. En dan zou ik later een meisje vinden die het voor me zou gaan verkopen. Ik was toen al creatief en dat werd door mijn onderwijzer op de Openbare School ook gestimuleerd: meester Segaar is heel bepalend voor mij geweest. Na de lagere school dacht men dat huisschilder dan wel wat voor mij zou zijn, dus ik ging naar de Technische School. Daarna heb ik, omdat ik tegenstrijdige studieadviezen kreeg, een klein jaar op kunstnijverheidsschool ‘de Hazelhorst’ in Delft gezeten. Daar adviseerde kunstenaar en docent Jaap van den Ende om me aan te melden op de toelatingsavond van de Koninklijke Academie. Hoewel ik te jong was en onvoldoende vooropleiding had, werd ik bij uitzondering aangenomen. En zo ging ik dagelijks met de zelfverdiende Kreidler naar Den Haag.

Leuke tijd?
De eerste jaren zeker. Maar het was anders dan ik van tevoren gedacht had. Ik had verwacht dat ik meer onderricht zou krijgen in technieken en zo. Maar dat was niet zo. Je moest het eigenlijk allemaal zelf doen, jezelf ontwikkelen. Dat was lastig als puber, als je jezelf nog moet leren kennen. Het was de tijd van Woodstock. Van veranderingen. En daar zat ik als jong Westlandertje tussen. Als ik wat ouder was geweest, had ik er meer van kunnen genieten. Uiteindelijk heb ik de opleiding wel afgemaakt en daar stond ik dan als 21-jarige: vrij kunstenaar. Niet dus.

De wereld lag voor je open…
Nou, dat viel tegen. Je hebt een papiertje, maar wat kun je ermee? Onderwijs trok me wel. Ik haalde mijn bevoegdheid als tekenleraar op de pedagogische academie. Maar vacatures waren niet te vinden. Wel in combinatie met handvaardigheid. Maar na twee weken ijzerdraad solderen wist ik: dit gaat ‘m niet worden.

En dus?
Er moest brood op de plank. Dus solliciteerde ik op de reclameafdeling van Profimarkt. Daarna werkte ik bij Coöperatie Maasmond. Na een paar jaar bouwde ik dat af om mijn eigen bedrijf te starten. Ik ben vervolgens tot mijn pensioen zelfstandig ondernemer geweest en heb altijd vanuit huis gewerkt. Teksten, illustraties, drukwerk… Germa sprong regelmatig bij, die typte stukken voor me uit en was mijn spiegel en vraagbaak. Het combineren van gezin en een eigen zaak is niet altijd eenvoudig. Daar heb je een goede partner voor nodig.

Je bent ook één van de oprichters van de WOS…
Muziek was altijd een interesse. Ik groeide op met de platen van Buddy Holly en Cliff Richard van mijn broer en zus, maar ook de klassieke smaak van mijn ouders. Ik ging plaatjes draaien in de soos en daarna op pad met een heuse drive-in show: Atlantis. Als gevolg daarvan heb ik me aangemeld bij een lokale (piraten)zender. Ik had al snel door dat dat illegale me niet lag. Ik heb toen, met hulp van wat bevriende streekgenoten de WOS opgericht. Eerst hebben we de kabelvergunning en later de ethervergunning binnengesleept en een locatie gevonden. Dat pionieren was fantastisch. Maar uiteindelijk was het niet vol te houden om werk, gezin en WOS te combineren. Bijna 10 jaar na de oprichting was ik voorzitter-af.

Werk, gezin, radio en kunst…
Kunst was op dat moment wat minder belangrijk, omdat ik mijn creatieve processen in mijn werk kwijt kon. Toen het vak langzaam veranderde werd kunst weer belangrijker. Een uitstapje met vrienden naar Oisterwijk was het begin van mijn ontwikkeling in aquarelleren. Vanuit een aanvankelijk losse stijl ben ik steeds meer gedetailleerd gaan werken.

Werk je van voorbeeld?
Vaak van foto’s. Maar ik vind het ook heel leuk om in de buitenlucht te schilderen. En plein air, zoals dat heet. Dat is echt anders dan in een atelier. Je ruikt, hoort, beleeft je onderwerp heel anders en vaak beter. Het heeft ook nadelen: hitte, muggen, wespen, wind… Het levert ook wel eens bijzondere momenten op. Ik zat ooit in Frankrijk een lavendelveld te schilderen toen een oude dame druk schreeuwend op me af kwam en, eenmaal bij me, in mijn kuiten begon te knijpen. Ik snapte eerst niet wat ze wilde, maar toen drong tot me door dat ze zei dat ik midden in een slangenveld zat. En daar moest ik nog weer uit zien te komen ook.

Maar je beperkt je niet tot aquarelleren alleen…
Ik maakte af en toe ook acrylwerk. En recent ben ik op een andere toer gegaan. Nadat mijn vrouw me erop wees dat ik de kinderen of kleinkinderen nooit geschilderd had. Dus ben ik een paar maanden geleden aan portretteren begonnen. In olieverf. Dat begint nu langzaam wat te worden.

Je blijft je ontwikkelen dus…
Welke kunstenaar, voor zover ik me kunstenaar mag noemen, is klaar met zijn zoektocht? Ik voel nog steeds een hand die me voortduwt.

Waarom zou je jezelf geen kunstenaar noemen?
Dat blijft iets lastigs voor mij. Soms ben ik tevreden met wat ik maak, maar altijd is er die drive om te verbeteren. Dan zie ik werk van iemand en dan denk ik ‘zo goed wil ik ook worden’. Dat ik me met portretteren nog niet zo zeker voel komt misschien ook omdat de Academie me daar nooit onderricht in heeft gegeven. Ik begin het nu echt te ontdekken.

Erkenning is belangrijk?
Ik denk dat dat wel zo is ja.

Je helpt ook anderen om beter te worden…
Ik geef cursussen aquarelleren. Iedere donderdagochtend, al denk ik dat sommigen me misschien wel een strenge docent vinden. Maar wel met entertainment. Het lesgeven zit er uiteindelijk dan toch nog een beetje in!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.hhw@uitgeverijwestmedia.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: