Op de pijp met… Hans van der Mark: ‘Een kind tussen de vier en twaalf hoort niet bezig te zijn met de dood’

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Hans van der Mark.
Door Esdor van Elten
Nooit rust, altijd bezig. Hans van der Mark (56) wist eigenlijk niet beter. En dat leverde succes op. Maar altijd met een ondertoon. Het gevoel dat er iets niet klopt. Tot zijn verleden hem vijf jaar geleden uiteindelijk inhaalde. Onlangs verscheen zijn autobiografie: Tranen op de Ventoux, van trauma naar adem. “Ik had nooit verwacht dat het zo helpend zou zijn.” Hans woont met zijn vrouw Esther in De Lier. Samen hebben ze twee zoons.
Van der Mark… is dat niet iets met ketels?
Dat is inderdaad het bedrijf dat mijn vader is gestart en ik samen met mijn broer heb voortgezet: Van der Mark Ketelonderhoud. Begonnen in ‘s-Gravenzande en tegenwoordig gevestigd op de Leehove. Zelf ben ik opgegroeid in ’s-Gravenzande aan de Heenweg. De oudste van drie in het gezin; ik heb nog een broer en een zus. Voor mij was het opvolgen van mijn vader in het bedrijf een ‘natuurlijk’ proces. Al voor mijn vijftiende werkte ik mee. Na de Prins Bernhardschool aan de Heenweg en de tuinbouwschool in Naaldwijk heb ik nog twee jaar leerlingstelsel gedaan, omdat dat nou eenmaal moest. En tussendoor ook nog wat noodzakelijke diploma’s, zoals mijn Middenstandsdiploma, gehaald.
Dus van jongs af aan vol aan de bak…
Dat had ook te maken met dat ik de oudste was. Een jong en druk gezin én de zaak vergden veel van mijn ouders. Als vanzelf werd ik degene die probeerde sterk te zijn. Degene op wie je kon bouwen. Controle. Perfectionisme. Ik werd geprezen om wat ik kon en wat ik deed. Reisde over de hele wereld. Het leek erop dat ik alles in de hand had, maar dat was schijn. In feite was dat allemaal een gevolg van trauma. Ik leefde niet, ik was aan het óverleven.
Waardoor liep je een trauma op?
Toen ik vier was mocht ik voor het eerst alleen naar school lopen. Ik keek niet goed uit en werd geschept door een vrachtwagen. Mijn onderbeen was verbrijzeld en een deel van mijn schedel was weggeslagen. Er volgden acht jaar van herstel. In de Ursulakliniek in Wassenaar. Werd mijn schedel hersteld met een materiaal dat Lyodura heette. Dat ging niet makkelijk. Het is drie keer niet goed gegaan. Ik was twaalf toen ik uiteindelijk werd ontslagen. Ik heb dus eigenlijk geen jeugd gehad.
Hoe heb je dat ervaren?
Mijn jeugd stond in het teken van angst. Ik was voortdurend bang dat ik morgen niet zou halen. Lange periodes in de kliniek. Toen konden ouders er niet 24 uur bij blijven, dus veel eenzaamheid. Angst voor pijn. Voor de dokters. Bloedprikken. Onderzoeken… Piepende apparaten, geuren van het ziekenhuis. Haaruitval… Op school ging het naar omstandigheden goed. Klasgenoten hadden begrip, maar ik werd ook gepest. Toeterende auto’s, een ambulance, het riep paniekreacties op. Ook nu is dat nog niet weg. Het veranderde ook mijn kijk op het leven. Ik durfde nooit vooruit te kijken. Na het ontslag uit de kliniek dacht ik dat ik het achter me kon laten, maar ik nam van alles mee zonder dat goed te beseffen. Ik voelde het, maar kon er geen woorden aan geven. Of wilde of durfde dat niet. Ik ging nog meer m’n best doen. Mezelf nog groter maken dan ik eigenlijk ben. En pas nu besef ik dat ik daardoor steeds verder van mezelf verwijderd raakte. Ik was veel te jong en nam veel te veel verantwoordelijkheid.
Merkte niemand dat?
Esther zag het. Maar ik ontkende: ‘ik mankeer niks’. Ik vluchtte in werk en vrijwilligerswerk. Tachtig, negentig uur in de week. Nooit tot rust gekomen. Veertig jaar doorgerend met de hoop ‘de tijd lost het wel op’.
Maar de tijd loste het niet op…
Vijf jaar geleden viel ik om. Lichamelijk en geestelijk volkomen uitgeput. Burn-out, werd geconstateerd. Ik protesteerde: burn-out. Dat is toch voor de zwakken? Nam toch nog een klus aan van tachtig uur en die draaide me de nek om. Ik kon niet meer. Mijn grootste zorg op dat moment? ‘Hoe vertel ik het op de zaak?’ Want ik was toch niet ziek?
Maar dat was je wel…
Ik heb twee weken op de bank zitten huilen. Je kan he-le-maal niks meer. Twee maanden later heb ik de zaak verkocht. En toen drong langzaam ook tot me door dat het meer was dan burn-out. Het was niet zozeer werkgerelateerd. Het kwam uit mijn jeugd. Het was ptss. Je had het ongeluk. Maar dát was uiteindelijk niet het grootste probleem. Het was hoe er daarna mee is omgegaan. Door mijn omgeving. Door mezelf. Mijn psycholoog overwoog opname, maar dat wilde ik niet. Dus moest ik met een plan van aanpak komen. Ik heb toen tweeënhalf jaar een emotioneel dagboek bijgehouden. Vier keer per dag schreef ik op wat ik voelde, wat er met me gebeurde. Waarom dat was. Moeilijk. Maar leerzaam. Ik leerde hoe ik een pleaser was geworden. Hoe ik mezelf opzij gezet had en daardoor zelf niet meer goed besefte wie ik zélf was en wat ik zélf wilde,
Dat is confronterend…
Ja. Want er zijn, met de beste bedoelingen, fouten gemaakt. Dingen gebeurd die niet hadden moeten gebeuren. En ja, ik besef dat dat allemaal niet gebeurde om Hans te pesten. Iedereen deed het beste in die situatie. Maar het blijft een feit dat een kind tussen de vier en twaalf niet bezig hoort te zijn met de dood.
Maar je bent er uitgeklommen…
Je kunt beter zeggen; ik ben bezig eruit te klimmen in de wetenschap dat het nooit helemaal goed wordt. Maar ik heb wel stappen gemaakt en daarin zijn, naast mijn vrouw Esther, mijn fietsvrienden heel belangrijk voor me geweest. Ze waren er altijd voor me. Namen me mee. Luisterden naar mijn verhaal. Drie jaar geleden vroegen ze me mee voor een fietstocht in Frankrijk, waarbij we ook de Ventoux zouden beklimmen. Ik zei ja. Maar ik vond het vreselijk spannend. Twee dagen voor vertrek liep ik als een kip zonder kop door Naaldwijk. Een paar weken daarvoor had ik de foto’s van na het ongeluk bij mijn moeder opgehaald. Ik wilde een van die foto’s bij het monument van Simpson leggen. Bij de kaasboer vroeg ik een paar linten voor het zakje. Van het graf van mijn vader haalde ik wat steentjes om te verzwaren. Ik reeg twee armbandjes: een met I Love You, dat ik achter zou laten op de berg. Een met I love me dat ik sindsdien altijd draag.
Hoe was de bergervaring?
Overrompelend. Er komt zoveel emotie vrij. Verdriet, maar ook blijdschap. Ik vond de jongen weer die ik ooit was
Maar het proces gaat verder…
Ja. Van Trauma naar adem betekent dat ik nu beter kan reguleren. Zelfstandiger ben. Minder bezig met wat anderen van me vinden. Ik kan nu pas nadenken over wat ik eigenlijk wil. En dat brengt weer nieuwe gevoelens én uitdagingen met zich mee.
Je hebt je verhaal uiteindelijk opgeschreven…
Schrijven deed ik altijd al veel. Dit verhaal stond al voor een deel op papier, maar in losse flarden. Om daar uiteindelijk een boek van te maken was ook een heel proces. Maar ik had nooit verwacht dat het zo helpend zou zijn. Voor mezelf. En wie weet, ook wel voor anderen. Het is nog steeds niet makkelijk. Ook dit interview vind ik moeilijk. Maar uiteindelijk levert het me toch meer op dan dat het me kost. En de weg gaat verder. Ik zie de toekomst positief in!
Hoe kom ik aan dat boek?
Via webwinkel.retrovision.nl. of rechtsreeks contact opnemen met Hans.








Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie