Een nieuw leven voor Sam: ‘De mensen hier denken niet dat ik slecht ben’

HAARLEM - ‘Jerommeke’ noemen sommigen hem, naar de stripheld in Suske en Wiske. Sam lijkt net als Jerom een goedzak. In het koffiehuis is hij een graag geziene gast: goedgehumeurd, maakt met velen een praatje en schaakt af en toe met deze of gene.
Door Weert Schenk
Nergens in Haarlem heeft een etablissement zo’n verscheidenheid aan medewerkers en clientèle als het Open koffieHuis in Schalkwijk. Er vinden ontmoetingen plaats tussen mensen die elkaar op straat straal voorbij zouden lopen. Ze komen uit vele landen, mannen en vrouwen, jong en oud, rijk en arm, wit en gekleurd, gelovig en niet gelovig, gezond en minder gezond. Haarlems Nieuwsblad publiceert maandelijks een portret van een van hen
Als Sam het koffiehuis binnenstapt, komt er íemand binnen. Aan hem kan je niet meer zien dat hij in zijn jeugd kampioen schermen is geweest. Schermers zijn over het algemeen niet zo breed, gespierd en zwaar als Sam nu is.
Worstelen, boksen, judo lijken meer bij zijn postuur te passen. Die sporten deed hij vroeger ook en daaraan heeft een indrukwekkend lijf overgehouden. Nog steeds doet hij vrijwel dagelijks aan krachttraining.
‘Jerommeke’
‘Jerommeke’ noemen sommigen hem, naar de stripheld in Suske en Wiske. Sam lijkt net als Jerom een goedzak. In het koffiehuis is hij een graag geziene gast: goedgehumeurd, maakt met velen een praatje en schaakt af en toe met deze of gene. Van vrijwilligers krijgt hij er taalles, hoewel hij het Nederlands al vrij goed beheerst.
In het koffiehuis voelt hij zich thuis, zegt hij. Daarbuiten heeft Sam soms nog een kort lontje. Als jongetje was hij al niet de gemakkelijkste, maar in de loop der tijd raakte hij zwaar getraumatiseerd en daardoor prikkelbaar en opvliegend.
“Ik leer me steeds beter beheersen”, zegt hij, “maar soms gaat het toch fout en word ik agressief.”
Onderdrukte minderheid
Sam is een in Iran geboren Koerd en behoort daarmee tot een onderdrukte minderheid in het land.
Tijdens zijn kindertijd in de jaren tachtig woedde de oorlog tussen Irak en Iran, waar hij het nodige van meekreeg. Na zijn tienerjaren manifesteerde hij zich als politiek activist, waarvoor het Iraanse regime hem vervolgde.
Duidelijk is dat Sam veel heeft meegemaakt, maar hij weidt er niet over uit. Hij wil die tijd vergeten.
Alleen de tijd tussen zijn tiende en negentiende jaar noemt hij fijn. Hij was toen een sportheld en studeerde aan een sportacademie.
Op een gegeven moment besefte hij dat hij zijn verzet tegen het Iraanse regime waarschijnlijk niet zou overleven. Hij vluchtte. Vanaf 2009 volgde een jarenlange, rusteloze zwerftocht door Europa.
Ook in Nederland meldde hij zich als asielzoeker, maar kon het geduld niet opbrengen om de beslissing over een verblijfsvergunning af te wachten.
Ook over die periode kan hij moeilijk praten. Het liefst rent hij ervan weg, zegt hij: “ik wil het vergeten.” Sam heeft het liever over hoe hij bezig is zichzelf te vinden, over hoe het nu met hem gaat, over dat hij zich op zijn veertigste herboren voelt en dat dit grotendeels komt door de mensen van het koffiehuis.
Dakloos
In 2020 belandde Sam in Haarlem en deze keer bleef hij wel wachten op een vergunning.
Een jaar later, tijdens de coronacrisis, werd hij dakloos. Dat raakte hem diep: “die tijd heeft mij kapot gemaakt.” Hij kon nergens terecht, alles was dicht. Sam had geen geld, was boos, deed niets en zakte weg in een zware depressie. Om de ellende niet te hoeven voelen, gebruikte hij verdovende middelen.
Toen na de coronacrisis alles weer open ging, kwam hij bij toeval terecht in het koffiehuis. Dat voelde als thuiskomen, zegt hij. “De mensen zijn aardig en lief . Ze nemen de tijd voor je. Hier word ik gezien, ben ik iemand. Mensen rennen niet voor me weg. Ze denken niet dat ik slecht ben. Ik voelde me welkom.’
Ondertussen heeft Sam een eigen woning en zit hij in therapie voor zijn trauma’s. Mentaal is hij nog niet in staat betaald te werken. Daarom doet hij vooralsnog vrijwilligerswerk in het koffiehuis.
Ook kookt hij regelmatig Iraanse maaltijden voor een groep van ongeveer 25 geloofsgenoten.
Dat was nieuw voor hem. Hij doet het met liefde en het maakt hem blij, zegt hij. Na het eten wordt gesproken over Jezus, de Bijbel en het geloof.
Bekering
Sam was moslim, werd atheïst, maar bekeerde zich tot het christendom. ”Dat kwam door de vele lieve mensen die mij hielpen. Ik wilde God leren kennen, rust krijgen en vergeten wat ik vroeger heb gedaan. Ik heb fouten gemaakt. Mensen waren bang voor me. Ik maakte ook vaak ruzie. Dat wil ik niet meer. God gaat mij vergeven. Dat geeft mij een goed gevoel.”
Volgens hem zijn alle aardige mensen christen. Hij wilde weten hoe dat kwam. Waar kwam die liefde vandaan? “Het is bijzonder voor mij dat andere mensen je gewoonweg willen helpen. Het bleek vanuit het geloof te komen. Zo aardig wil ik ook zijn. Ik heb nooit zomaar gratis voor iemand eten gemaakt. Nu sta ik urenlang voor 25 man in de keuken. Je kan ook aardig zijn zonder geloof,
maar de basis van de liefde is Jezus.”
‘Ik verkeerde in het duister’
Hij vindt dat hij ten goede verandert. “Ik verkeerde in het duister. Nu sta ik in het licht. In plaats van dat ze wegrennen, komen mensen nu naar me toe. Ik ben dankbaar dat ik een nieuw leven heb gekregen.”
Sam wil nu “alle goede dingen op aarde” pakken. Zijn droom is om zich nuttig te maken voor de maatschappij. “Daarvoor moet ik mijn Nederlands nog meer verbeteren. Ik wil maatschappelijk werk doen, iets in de zorg of zo. En als dat niet lukt, wil ik taxichauffeur worden. Of buschauffeur.”






Meer nieuws uit Haarlem?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie