Céline: ‘Als ik zeg dat ik wil leven, dan moet ik dat ook doen’

Nieuws
Céline Vesseur.
Céline Vesseur. (Foto: Anke van der Meer)

HAARLEM - Ineens zat ze begin 2024 in het koffiehuis, in een fauteuil bij de deur. Ze haakte tulpen, zag wie er binnenkwam en wie de zaak verliet, maar met haar koptelefoon op het hoofd toonde Céline Vesseur zich onbereikbaar. En, inderdaad, niemand sprak haar aan. Niet dat ze geen contact wilde, zegt ze een jaar later, maar ze vond het in eerste instantie nogal eng om in het koffiehuis te zitten. Vandaar die koptelefoon en het haakwerk. Dit handwerken brengt haar tot rust, zegt ze. Tijdens een zware depressieve periode leerde ze haken en dat werkte therapeutisch.

Door Weert Schenk

De mensen van het koffiehuis

Nergens in Haarlem heeft een etablissement zo’n verscheidenheid aan medewerkers en clientèle als het Open koffieHuis in Schalkwijk. Er vinden ontmoetingen plaats tussen mensen die elkaar op straat straal voorbij zouden lopen. Ze komen uit vele landen, mannen en vrouwen, jong en oud, rijk en arm, wit en gekleurd, gelovig en niet gelovig, gezond en minder gezond. Haarlems Nieuwsblad publiceert maandelijks een portret van een van hen.

Céline woonde nog maar kort in de buurt van het koffiehuis en kende er niemand. Bij toeval ontdekte ze daar het koffiehuis. Ze voelde zich er meteen veilig, maar had tijd nodig om te wennen. Daarom ging ze zitten haken. De koptelefoon ging al snel vaker af en Céline maakte regelmatig een praatje met andere bezoekers van het koffiehuis. Ze merkte dat er heel verschillende mensen komen en dat je er jezelf kan zijn: “Dat is precies wat ik nodig heb.”

Het duurde niet lang voordat ze vroeg of ze in het koffiehuis vrijwilligerswerk kon doen. Haar ‘met liefde gemaakte’ tulpen gingen in de verkoop en ze mocht een haakgroep beginnen. “Het haken is,“ zegt ze, “vooral een manier om mensen die niet lekker in hun vel zitten, een veilige plek te bieden.”

Céline is van beroep verpleegkundige, maar verloor haar BIG-registratie vanwege heftige depressies en psychoses, die haar leven vergalden. Toen ze nog werkte, was ze gespecialiseerd in terminale zorg. Het gaf haar veel voldoening om van betekenis te zijn voor mensen die niet lang meer te gaan hadden. In die tijd had ze al last van ernstige depressies, maar ze wilde er niet aan toegeven. Haar mentale gesteldheid werd nog zorgwekkender toen een dierbaar familielid suïcide pleegde, een daad waaraan Céline al vaak dacht zelf uit te voeren. Hierover durfde ze met niemand te praten.

Schaamte

Acht jaar geleden, op haar 23ste, begon het leven van Céline helemaal vast te lopen. Het samenwonen met haar toenmalige vriend mislukte en ze moest noodgedwongen weer terug naar het ouderlijk huis. Mentaal raakte ze in de knoop. 

‘Ik kon niet open zijn’

“Mijn ouders vroegen regelmatig wat er met me was. Maar ik kon niet open zijn. In mijn werk maakte ik regelmatig mee dat mensen die nog echt de wil hadden om te leven, overleden. Jonge moeders met kinderen, een jonge motorrijder. Zij konden niet meer, terwijl ze nog zo graag verder hadden gewild. En ik kon nog, maar voor mijn gevoel wilde ik niet. Ik schaamde me heel erg.” In een poging haar mentale worstelingen te negeren, wilde Céline zoveel mogelijk diensten draaien. Collega’s zagen het fout gaan en stuurden haar naar de huisarts. Snel daarna volgde de eerste crisisopname op de afdeling psychiatrie. Terugkijkend had ze eerder moeten zeggen dat het haar allemaal teveel was geworden. “Het overlijden van mensen die je hebt verzorgd, gaat je niet in de koude kleren zitten. Daar had ik met collega’s over moeten praten. Natuurlijk weet je wat er gaat gebeuren met mensen die terminaal zijn. Maar als je zelf niet in orde bent, is het extra zwaar.”

Diverse malen is Céline opgenomen geweest. “Als de behandelaren dachten dat ik geen gevaar meer voor mezelf was, mocht ik naar huis. Maar als de gedachten weer opkwamen, zat ik weer voor een tijd op de gesloten afdeling.”

Therapie

De situatie werd thuis onhoudbaar. Céline deed al langer aan zelfbeschadiging en ook dat werd steeds ernstiger, waardoor ze naar de Spoedeisende Hulp moest. Het dwingend advies dat er dag en nacht iemand bij Céline in de buurt moest zijn, was niet haalbaar. Zo kwam ze in 2020 in een instelling voor beschermd wonen. De ommekeer kwam twee jaar later. Dat gebeurde tijdens een zeer intense, vijfdaagse therapie, waarin alle contact met de buitenwereld was afgesloten en ze de gehele dag aan zichzelf moest werken. 

“Ik concludeerde daar dat ik helemaal niet dood wilde, maar alleen maar rust. Door die therapie klaarde het op in mijn hoofd. En met een helder hoofd wordt het leven gemakkelijker. Ik kan genieten van kleine dingetjes.”

Céline staat nog steeds onder behandeling. En er zijn nog dagen dat ze somber is. “Maar ik ben nu zover dat ik weet dat die negatieve gedachten voorbij gaan. Als ik maar over mijn gevoel blijf praten, dat is de sleutel.”

Haken helpt daarbij. Dat gaf haar ook veel rust tijdens opnames en dat blijft ze doen. “Als mijn gedachten mij teveel worden, dan pak ik de haaknaald.” Haar haakgroep in het koffiehuis is inmiddels een succes. Op zowel vrijdag als op dinsdag zitten twintig vrouwen te haken. Dat is ook het maximum, zegt Céline, want het haken is in feite bijzaak. Het gaat om de gesprekken. Als er teveel mensen zijn, schiet het zijn doel voorbij.

“Ik wil mensen zelf kunnen spreken om te laten zien dat ze gewaardeerd worden, dat ze er mogen zijn. De hakers zijn veelal kwetsbare mensen, die in rouw zijn, last hebben van eenzaamheid of psychische problemen hebben. Dat verbindt ook weer. Ze zijn open tegenover elkaar. Dit is echt heel mooi.”

‘Ik ben meer dan alleen mijn rugzakje’

Met Céline gaat het vrij goed, zegt ze. Haar littekens van de zelfbeschadiging heeft ze gecamoufleerd met tattoos. Ze wil niet meer gezien worden als het meisje met problemen, dat ze werd toen ze beschermd woonde of werd opgenomen in de psychiatrie. “Ik ben meer dan alleen mijn rugzakje.”

Stage en vrijwilligerswerk

Of ze betaald werk wil gaan doen, weet ze nog niet. “Ik heb zolang per uur geleefd, later per dag, per week dat ik zoekend ben naar wat ik wil. Ik doe wel de studie “social work”. Voor nu loop ik hier stage en doe ik vrijwilligerswerk.”

Tot voor kort was ze zo erg alleen maar aan het overleven geweest, dat ze zich afvraagt waar haar jaren zijn gebleven. Ze spreekt zichzelf vaak toe: “Céline, alsjeblieft, ga leven. Elke dag. Geniet ervan. Als ik zeg dat ik wil leven, dan moet ik dat ook doen.” En ze ziet dat het kan. “Ik heb nu een vriend, met wie ik ga samenwonen. En ik heb ook een kinderwens. Het geluk lacht me toe. Zo voelt het.”

Denk je aan zelfdoding? Neem dan 24/7 gratis en anoniem contact op met 0800-0113 of chat op 113.nl.

Meer nieuws uit Haarlem?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: