Wieringermeer 1929: een plan voor dertien dorpen dat nooit uitkwam

Vóór de drooglegging van de Wieringermeer bestudeerde stedenbouwkundige Prof. Ir. M.J. Granpré Molière de te bouwen woonkernen. Hij ging uit van de situering van de dorpen en gehuchten op het oude land.
Die lagen ongeveer 3 à 5 km van elkaar af. Zijn conclusie was dat er in de Wieringermeer vijf dorpen zouden moeten komen. En acht gehuchten aan de randen van de polder. Hij ontwierp een dorpenpatroon. Naast Slootdorp, Middenmeer en Wieringerwerf plande hij: Almersdorp, Wagendorp, West Zeug , Oude Zeug, Robbenoord, Haukessluis, Ulkesluis, Oostwaard, Oostgroet, Nieuw Gawijzend.
Zonder veel ophef werd besloten deze woonoorden te ontwerpen en te bouwen. Maar in de dertiger jaren toen de woonkernen moesten komen, volgde er een voorzichtig beleid. Om te beginnen stichtte men drie dorpen, centraal in de polder. In 1931 begon de bouw van Slootdorp, Middenmeer en Wieringerwerf volgden. Ondertussen kwam de overheid tot de slotsom dat drie dorpen de verzorging van het gebied makkelijk aankonden. De bevolkingsgroei was minder hoog dan ingeschat, de mobiliteit en zelfredzaamheid van de bewoners steeg. Door de oprukkende mechanisatie waren minder arbeidskrachten nodig. Na de inundatie en wederopbouw van de Wieringermeer stichtte het gemeentebestuur toch nog één dorp. Dit om het dorpenpatroon evenwichtiger te maken. Het werd Kreileroord!
Dat de eerste dorpen zo dicht bij elkaar liggen is het gevolg van het dorpenpatroon uit 1929. De historische vijfcijferige netnummers van de Wieringermeer herinneren ons aan de niet-gerealiseerde dorpen zoals: 02273 Oude Zeug, 02275 Wagendorp, 02276 Nieuw Almersdorp, 0227 Oostwaard.
Hanneke Koolen
De dorpenpatronen






Meer nieuws uit Hollands Kroon?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie