Pilot noodsteunpunten laat zien dat zorgketen één gezamenlijke taal nodig heeft

De evaluatie van de pilot noodsteunpunten in Maassluis laat zien dat hulpdiensten en medewerkers opvallend snel oplossingen weten te vinden als digitale middelen voor langere tijd wegvallen. Maar de test liet ook zien dat er meer duidelijkheid nodig is: over wie welke melding oppakt, hoe om te gaan met de verdeling van schaarse middelen en — het meest urgent — over hoe de zorgketen werkt als het systeem onder druk staat.
De test met Gemeente Maassluis in Theater Koningshof op 3 maart was de eerste in de pilot noodsteunpunten voor Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond samen. Het scenario omvatte een landelijke stroomuitval van minimaal 72 uur. Teams van gemeente Maassluis, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (waaronder de GHOR) en verschillende zorgpartners werkten vanuit aparte ruimtes, zonder internet of telefoon.
Wie pakt welke melding op?
Eén van de belangrijkste leerpunten gaat over de verdeling van meldingen. Spoedmeldingen werden tijdens de test snel doorgezet naar het coördinatiepunt. Maar bij andere vragen — van inwoners die hulp nodig hebben, maar niet acuut — was minder duidelijk wie er aan zet was. Soms belandde een vraag bij de gemeentelijke crisisorganisatie, soms werd die op het moment zelf opgepakt. Niet altijd was duidelijk of dat de juiste plek was.
Datzelfde gold voor de verdeling van schaarse middelen zoals brandstof en medische voorzieningen. Wie heeft de regie als er te weinig is voor iedereen? Hoe stel je prioriteiten als er tegelijk op meerdere plekken hulp nodig is? Antwoorden op deze vragen worden verder uitgewerkt.
Edith van der Reijden, Directeur Risico- en Crisisbeheersing Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond: “Een noodsteunpunt werkt alleen als iedereen weet wat zijn rol is — ook als de situatie chaotisch is. In Maassluis zagen we hoe snel mensen samen aan de slag gaan. En we zagen precies waar we nog scherpere afspraken nodig hebben: over mandaat, over beslissingen en over de lijn naar bovenliggende structuren zoals het actiecentrum en de regionale crisisorganisatie. Op basis van deze bevindingen kunnen we er concreet mee aan de slag."
Jack de Vries, burgemeester van Maassluis: “In Maassluis zijn we vroeg begonnen met het opbouwen van de weerbare samenleving en het ontwikkelen van noodsteunpunten. We zijn blij dat de VRR ons ook pilot-gemeente heeft gemaakt. Mooi dat we nu al in de praktijk konden testen op het terrein van zorg. Uit de evaluatie blijkt gelukkig dat we goed samenwerken met onze partners en binnen het noodsteunpunt. Maar het kan altijd beter, zoals bleek, en daar gaan we mee aan de slag.”
Zorgketen onder de loep
De meest uitgewerkte bevindingen komen uit de zorgcoördinatie. Dat is ook het specifieke thema van deze pilot: hoe werkt de samenwerking met zorgpartners als reguliere voorzieningen wegvallen? Het lokale noodsteunpunt is de eerste plek waar inwoners aankloppen. Maar een EHBO’er kan niet elke zorgvraag beoordelen. Wanneer is een klacht urgent genoeg voor de ambulance? Wanneer volstaat doorverwijzing naar de huisarts of een tijdelijke zorgpost? En wie besluit dat — en op basis waarvan? Tijdens de test bleek dat hiervoor nog geen gezamenlijk kader bestaat. Dat leidde soms tot twijfel, extra druk op zorgverleners en het risico op verkeerde doorverwijzingen.
De keten die moet functioneren — EHBO’er, huisarts, apotheek, Rode Kruis, ambulancezorg en GHOR — heeft behoefte aan één gedeeld triagekader. Een kader dat duidelijk maakt wie wat doet, in welke volgorde, en wanneer opschaling nodig is.
Daarnaast bleek dat informatie over kwetsbare inwoners moeilijk toegankelijk is. Mensen die thuis afhankelijk zijn van medische apparatuur — zoals een beademing of dialyseapparaat — en hun naasten moeten weten wat zij moeten doen en waar zij terecht kunnen. Een versnipperd zorglandschap en de privacywetgeving maakt goed inzicht in deze groep lastig. Daarom is het belangrijk om vooraf de behoeften van deze doelgroep te kennen en hierop te anticiperen.
Erik van der Linden, Senior Beleidsadviseur GHOR: “Als de stroom uitvalt, valt de reguliere zorg grotendeels stil. Zorgaanbieders schakelen terug naar de meest urgente hulp. Dat is begrijpelijk — maar inwoners weten dan niet wat ze kunnen verwachten. De test in Maassluis laat zien dat we als zorgketen één gezamenlijke taal nodig hebben om samen de juiste zorg te bieden."
Vervolgstappen
De leerpunten worden de komende maanden concreet uitgewerkt met scherpere afspraken over rollen, beslissingsbevoegdheden en de aansluiting op de bredere crisisstructuur. Voor de zorgketen zal onderzocht worden hoe er naar een gezamenlijk triagekader kan worden gewerkt.
De pilot noodsteunpunten is de directe bijdrage aan de landelijke blauwdruk die eind 2026 wordt opgeleverd aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Noodsteunpunten zijn alleen sterk als overheid, partners én inwoners gezamenlijk optrekken. Dat principe staat centraal — en dat blijft de leidraad voor het vervolg.
Later dit jaar volgen pilots in andere gemeenten in de regio, waarbij de ervaringen uit Maassluis als vertrekpunt dienen. De eerstvolgende pilot is 1 juni in Rotterdam, waar in de wijk Bloemhof onderzocht wordt hoe de hulp tussen buurtbewoners georganiseerd kan worden. Naast drie noodsteunpunten wordt er geoefend met de communicatie naar één coördinatiepunt.







Meer nieuws uit Maassluis?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie