‘Die Kleine’ werd groot

Nieuws
Bij moeder in het stro.
Bij moeder in het stro. (Foto: Aangeleverd)

OOSTZAAN - In het halfdonkere varkenshok, met stro op de vloer, lag Jans, een rossig moeder varken. Tegen haar zachte flank lag haar kleinste biggetje. Hij was kleiner dan de rest en stiller en hij paste precies in de holte van haar buik. De boer noemde het ‘die Kleine’.

Hij hield het in de gaten en legde af en toe wat extra stro neer. Hij wist het uit ervaring: sommige dieren hadden meer tijd nodig.

Biggetjes worden geboren tussen hun broertjes en zusjes, dicht tegen moeder aan. In het begin bestaat hun wereld uit warmte en melk. Al snel leren ze staan, duwen en piepen. Spelen hoort erbij. Lekker in het stro wroeten en elkaar achterna zitten.

Terwijl de andere biggetjes aan het ravotten waren, had ‘die Kleine’ ‘s ochtends voor het eerst het hok verkend. Met wankele pootjes had hij aan het stro geroken en aan de muur gesnuffeld. Maar nu, moe van het ontdekken, kroop hij terug naar de plek die hij het beste kende: bij moeder.

Jans deed één oog open en met een zachte zucht schoof ze iets op, net genoeg om Kleine warmer te laten liggen. Ze had het al gemerkt. Moeders merken alles en ze wist hoe ze met een zorgenkindje om moest gaan. Als hij voldoende melk kreeg en niet weggedrukt werd door sterkere broertjes en zusjes, haalde hij het verschil wel in.

De dagen daarna veranderde er weinig. De andere biggen leerden rennen, botsen, stoeien. Ze maakten ruzie om stro en ‘die Kleine’ keek toe. Soms liep hij een paar stappen mee. Maar al gauw ging hij weer terug, naar de flank van moeder, naar de warmte en de rust. Dan ging hij dromen en trapte zachtjes, in zijn slaap, met zijn kleine hoefjes tegen moeder aan. Jans reageerde met een zachte, snurk, een geruststellend geluid dat diep uit haar borstkas kwam. En ze legde haar grote kop voorzichtig naast hem neer.

Ondertussen maakte de rest van haar kroost korte sprintjes, gecombineerd met plotselinge bochten en rare sprongen in de lucht. Ze probeerden elkaar beentje te lichten en rolden over elkaar heen in een kluwen van roze staartjes en varkenspootjes. Na het stoeien was het tijd voor een partijtje wroeten. Met hun sterke neusjes duwden ze het stro opzij op zoek naar een verdwaald torretje. En als er dan eentje gevonden werd, probeerden ze het van elkaar af te pakken.

Biggetjes hebben een enorme energie, ze zijn stout en blij. Ze doen aan krachtmeting en boksen vrolijk met hun snuiten tegen elkaar aan. Ze knorren en gillen, zoals alleen speenvarkens dat kunnen en na zo’n partijtje matten, vallen ze moe en voldaan, snurkend in slaap. Biggetjes liggen heel dicht bij-en-op elkaar of neus-tegen-neus. Ze zijn erg close en aanhankelijk.

Langzaam veranderde er iets. Het biggetje werd steviger op de poten. Hij kon zelfs een beetje meedoen met zijn broertjes en zusjes. Maar als het er te fanatiek aan toeging, ging hij ze een beetje uit de weg. Van hem hoefde het niet, om het hardst heen en weer rennen of mekaar van het stro afduwen voor het beste plekje.

Maanden later was het verschil nauwelijks nog te zien. Als moeder opstond, liep ‘die Kleine’ gewoon, samen met de hele familie, achter haar aan. Maar in de groep bleef hij een beetje aan de buitenkant, niet in het midden. Verder was hij sterk en gezond.

Maar toch, wie goed keek, zag iets bijzonders. Als de anderen druk waren, bleef ‘die Kleine’ kalm. Als er onrust ontstond, ging hij een stukje opzij. Hij hoefde niet zo nodig iets te hebben of nummer één te zijn. Hij was rustiger van aard dan zijn broertjes en zusjes en hij was tevreden.

‘Die Kleine’ werd geen opvallend dier, maar de boer was trots op hem. Als hij ‘s avonds nog even naar Jans en haar biggen ging kijken, gaf hij ‘die Kleine’ een klopje op de rug en zei: “Je hebt het goed gedaan, jongen”, waarna hij de schuurdeur zachtjes achter zich dicht trok.

Sonja Duba

Meer nieuws uit Oostzaan?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: