Oliecombinatie Van der Veen: HVO heeft de toekomst, al wil de overheid dat (nog) niet inzien

De olieman van Louis Davids (u weet wel: de olieman heeft een Fordje opgedaan) is niet meer. Sterker nog, bij Oliecombinatie Van der Veen uit Wijdewormer is de olieman ingeruild voor een heuse olievrouw. Annelies van der Veen (1983) is de 3e generatie Van der Veen en zij heeft sinds 2019 de leiding over de onderneming.
Al in de 30er jaren van de vorige eeuw begon Aaldert van der Veen met het venten van petroleum langs de deuren in het dorp Westzaan. Iets wat hij tot ver na de Tweede Wereldoorlog bleef doen. Halverwege de jaren vijftig werd het stokje aan zijn zoon Klaas overgegeven en werd de vertrouwde bakfiets met petroleum (voor de welbekende petroleumstelletjes die iedereen toen had) verruild voor een auto. Het bedrijf floreerde en breidde zich gestaag uit. Ook Henk, de tweede zoon kwam in het bedrijf. Gaandeweg veranderde er veel in de bedrijfsvoering. Handkar en bakfiets werden ingeruild voor tankauto’s. Inmiddels telt het bedrijf nu 7 tankauto’s. Gestage uitbreiding dus, mede omdat er hier en daar kleine oliehandeltjes uit de regio werden overgenomen.
Op weg naar de oliecombinatie
Naast de handel in oliën en smeermiddelen kreeg ook het transport een belangrijke plaats in het dagelijks werk en ging het leveren van gas- en dieselolie voor de agrarische sector een steeds voornamere rol spelen. Toen Van der Veen daarnaast ook benzineproducten ging verkopen werd de klantenkring nog verder uitgebreid. Op het moment dat Henk van der Veen in 1996 het bedrijf van zijn broer overnam, werd de naam Oliecombinatie Van der Veen een feit.
Het gesprek met directeur Annelies van der Veen vindt plaats in het eigen museum; in historische sferen, tussen handkarren met peteroliekannen, oude benzinepompen en olievaten.
Brede klantenkring
Het bedrijf dat 10 personeelsleden telt levert voornamelijk aan de aannemerij en grondverzetbedrijven, aan de agrarische sector, garagebedrijven, de industrie, scheepvaart en aan tankstations. De klantenkring bevindt zich hoofdzakelijk in Noord-Holland, al komt het ook voor dat in opdracht van de oliemaatschappijen door Van der Veen tankstations in het hele land worden afgevuld.
Er is ook nog een tankstation in Lambertschaag, maar dat maakt geen onderdeel uit van het bedrijf waarvan Annelies eigenaar is. Het benzinestation is nog altijd in eigendom bij vader Henk en moeder Tonny van der Veen. Oliecombinatie Van der Veen voert drie merken, t.w. Esso, Total en Mobil. Het voert te ver om in dit artikel uitgebreid in te gaan op het hoe en waarom van deze drie merken. Duidelijk is wel dat de oorzaak ervan te vinden in het feit dat Esso uitsluitend Premium Diesel wilde leveren aan de consumentenmarkt. Van der Veen meende echter dat de Premium Diesel van een dermate hoge kwaliteit is dat ook het bedrijfsleven er profijt van kon hebben. Van der Veen oriënteerde zich en besloot Total Excellium in het assortiment op te nemen, teneinde aldus ook het bedrijfsleven te voorzien van kwalitatief betere dieselolie.
Tekst loopt door onder afbeelding
![]()
(Foto: Els Broers)
Jullie leveren aan verschillende soorten branches. Hoe is dat zo gekomen? Annelies: “Simpel gezegd kunt je zeggen ‘ijzer op ijzer, daar moet altijd een smeermiddel tussen.’ Dat is bij een loonwerker zo, bij een boer en natuurlijk ook bij de garagisten.”
Grote volumes
Van der Veen levert ook brandstof voor de scheepvaart. Hoe zit dat? “Het is weliswaar niet ons dagelijks werk, maar het komt wel voor dat we het verzoek krijgen om een jacht van een oligarch, sjeik of Amerikaans miljardair te vullen met brandstof. Dan spreek je al gauw over tenminste één tankauto met 45.000 liter. Sterker nog, niet lang geleden kregen we de opdracht om zo’n schip te voorzien van niet minder dan 90.000 liter. Kijk, dat zijn volumes waar wij blij van worden,” aldus Annelies.
HVO: uitstekend alternatief voor fossiele brandstof
Kijkend naar de website van Van der Veen dan duizelt het je al snel voor de ogen. De hoeveelheid aan producten is giga en (voor een leek als de schrijver) nauwelijks te doorgronden.
Voor de hand liggend is de vraag hoe Annelies van der Veen het prijsverschil aan de pomp kan verklaren. “In de 1e plaats’, aldus Annelies, “is het van belang om te weten of een pompstation op eigen terrein staat of op gepachte grond. Ten tweede geldt dat de afspraken tussen pomphouder en de oliemaatschappij van grote invloed zijn op de prijs. Ten derde is het zo dat de stations langs de snelwegen eens in de 15 jaar opnieuw geveild worden. Dat betekent hoge kosten voor de pomphouder, dus ook hogere prijzen voor de consument. En de overheid is daarbij de lachende derde. Tenslotte, en dat is niet onbelangrijk, kan de geleverde brandstof een ‘schraal product’ zijn of brandstof waaraan een verbeteraar (additive pakket) is toegevoegd. Dat laatste zorgt voor een betere kwaliteit en is dus minder schadelijk voor de auto. De consument kan evenwel niet weten of er sprake is van een schraal product of van brandstof met een additive pakket.”
Duurzaam
Tenslotte een eigentijds stokpaardje van Annelies: HVO ofwel Hernieuwbare (of Hydrotreated) Vegetable Oils, een duurzaam alternatief voor diesel, geheel vrij van fossiele grondstoffen. “HVO is een brandstof van plantaardige afkomst; vermindert de CO2 uitstoot zonder dure aanpassingen. Alle HVO-brandstoffen worden gemaakt van plantaardige oliën en vetten. Bijvoorbeeld van plantenresten, landbouwafval en zelfs afgewerkt frituurvet. HVO is een soort diesel, maar dan hernieuwbaar en duurzaam. We noemen het ook wel biodiesel. Voor veel voertuigen kun je zowel hydrotreated vegetable oil als diesel gebruiken. HVO is de ideale oplossing voor iedereen die zonder gedoe milieubewuster wil rijden. HVO is daarom gemakkelijk te mengen of af te wisselen met de gebruikelijke diesel. Je hoeft dus niet eerst je motor helemaal leeg te rijden of zelfs schoon te maken voor je HVO kan tanken.”
Voordelen HVO
Annelies van der Veen is ervan overtuigd dat HVO een uitstekend alternatief is voor fossiele brandstof. Het prijsverschil wordt steeds geringer en het voorkomt dat een bedrijf versneld moet afschrijven op de door fossiele brandstof aangedreven voertuigen. “Als de overheid nu maar eens zou willen inzien dat HVO een uitstekend alternatief is voor elektrische transportmiddelen, dan zouden we al een heel eind opschieten. Want laten we wel wezen: het elektriciteitsnet kan nu al niet aan de vraag voldoen, laat staan wanneer het bedrijfsleven op grote schaal moet zijn overgegaan op elektrische voertuigen. Heel langzaam komt het denken op gang. In Zwitserland zien we ontwikkelingen die de toepassing van HVO omarmen. In de Europese Unie en Nederland lijkt men echter liever ziende blind en horende doof te blijven.”





