Van klompen tot karikaturen: zo beleef je als streekgenoot een drukke dag op de Zaanse Schans

ZAANDAM -Op een willekeurige vrijdag, zo’n dag waarop je normaal gesproken alleen naar de supermarkt en weer terug gaat, besloot ik iets totaal anders te doen: ik ging naar De Zaanse Schans. Een erfgoeddorp: een unieke woon- en werkbuurt vol (voornamelijk) houten Zaanse huizen, musea, molens, winkels, oude ambachten en restaurants, die een prachtig beeld geeft van de Zaanstreek in de 17e en 18e eeuw.
Door Katina Gruijs
Op een willekeurige vrijdag, zo’n dag waarop je normaal gesproken alleen naar de supermarkt en weer terug gaat, besloot ik iets totaal anders te doen: ik ging naar De Zaanse Schans. Een erfgoeddorp: een unieke woon- en werkbuurt vol (voornamelijk) houten Zaanse huizen, musea, molens, winkels, oude ambachten en restaurants, die een prachtig beeld geeft van de Zaanstreek in de 17e en 18e eeuw.
Op een doodnormale vrijdag rond 11.00 uur besloot ik mezelf vrijwillig in het epicentrum van toeristisch Nederland te storten. Gewapend met goede moed, een vleugje nieuwsgierigheid en totaal onderschatte drukte begon mijn avontuur tussen klompen, kazen en een verrassend internationaal publiek. Iets wat ik al jaren zorgvuldig had vermeden, want ja… molens, klompen, kaas, ik ken het inmiddels wel. Dacht ik.
Goed, daar sta je dan. En natuurlijk begin ik sterk: bij de verkeerde slagboom. Keurig aangesproken of ik misschien terug wil rijden en “rechtdoor” wil voor de bezoekersparking. Daar sta je dan, toerist in eigen land, level honderd.
Mensenzee
Eenmaal geparkeerd sluit ik me aan bij de optocht. Voor me zie ik mensen met petjes met de Nederlandse vlag, tulpen, klompen-sleutelhangers en camera’s die waarschijnlijk meer hebben gekost dan mijn auto. Ik schuifel mee. Links hoor ik Spaans, rechts Italiaans, achter me iets wat óf Chinees óf Russisch is, mijn taalkennis houdt ergens bij “bonjour” op. Nederlands? Nergens. Ik begin te twijfelen of ik misschien per ongeluk geëmigreerd ben zonder het door te hebben.
Nog voordat ik een winkel binnen ben, word ik in vloeiend Engels aangesproken. “Yes, thank you! I’m Dutch.” Het voelde bijna als een coming-out.
Kinderklompje
Voor ik het weet word ik letterlijk een klompenwinkel in geduwd, waar ik spontaan onderdeel word van een demonstratie klompen maken. Vooraan een bank vol Aziatische toeristen, daarachter een kring van geïnteresseerden, en ergens halverwege sta ik, licht verdwaasd. Een Nederlandse man legt in het Engels uit hoe hij van een blok hout een kinderklompje maakt. Applaus volgt alsof hij net een Broadway-première heeft afgerond. En nog voordat ik besef wat er gebeurt, word ik weer naar buiten geduwd.
Bruggetje des gedulds
Dan volgt het bruggetje. Smal, druk en blijkbaar dé plek voor fotoshoots. Iedereen besluit precies daar stil te staan om hun partner of kind vast te leggen met molens op de achtergrond. Ik wacht. Gevoelsmatig tien minuten. Er komt een buggy tegen me in, mijn voet blijkt verrassend flexibel. Maar goed, we blijven lachen. Ik ben hier tenslotte vrijwillig. Denk ik.
Kaas en parfum
In de kaaswinkel van Henri Willig Kaas word ik omarmd door… geur. Kaas, parfum, nog meer parfum en een vleugje internationale lichaamswarmte. Overal blokjes kaas die gretig worden geproefd. En eerlijk is eerlijk: dat enthousiasme werkt aanstekelijk.
Charme
Het volgende winkeltje ruikt naar oude zeep, een beetje roest en een vleugje ‘dit heeft ooit iemands zolder gezien’. Maar antiek heeft charme. Oude koffiemolens aan de muur, spulletjes waarvan je niet weet wat het is maar wel dat je het blijkbaar nodig hebt. Ik schuifel er voorzichtig langs zonder iets omver te trekken, een sport op zich.
Buiten is het gelukkig wat ruimer. Prachtig uitzicht, molens, water… en overal mensen die precies datzelfde proberen vast te leggen. Klompen aan, lach op het gezicht en klikken maar. Ondertussen worden er stroopwafels, wafels en ijs verkocht. En ondanks de drukte lijkt iedereen het naar z’n zin te hebben. Er hangt een soort collectieve vakantievibe.
Klingon…
Net als ik wil vertrekken, word ik aangesproken door Wouter, een enthousiaste kunstenaar. Binnen vier minuten heeft hij een karikatuur van me gemaakt waar ik tegelijkertijd om moet lachen en me licht zorgen over maak. Ondertussen spreekt hij mensen aan in Italiaans, Chinees, Duits, Grieks en waarschijnlijk ook Klingon als je hem even de tijd geeft. Het werkt, want voor ik het weet staat er weer een publiek om hem heen.
Oh, you are Dutch!
Dan écht richting uitgang. Het wordt alleen maar drukker en het is nog geen twee uur. Een taxichauffeur spreekt me uiteraard in het Engels aan. “Oh, you are Dutch!” Ja. Dat bestaat nog. Blijkbaar. Volgens hem is het hier altijd zo druk. Het hele jaar door. En eerlijk is eerlijk: dat zegt wel iets. De Zaanse Schans is gewoon een wereldhit. En ergens snap ik het ook wel.
Conclusie? Het is prachtig, levendig en stiekem best leuk… zolang je geen haast hebt en beschikt over engelengeduld. En misschien een stevige teen, voor het geval er weer een buggy langskomt.





Meer nieuws uit Zaanstad?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie