Zoveel spaargeld hebben sociale huurders in Westland gemiddeld

Nieuws
"Sociale huurders met weinig spaargeld komen bij de eerste de beste tegenslag, zoals een kapotte wasmachine, in de problemen."
"Sociale huurders met weinig spaargeld komen bij de eerste de beste tegenslag, zoals een kapotte wasmachine, in de problemen." (Foto: Pexels)

Veel mensen in een sociale huurwoning hebben veel te weinig spaargeld, blijkt uit nieuw onderzoek door Slimster.nl op basis van cijfers van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Een doorsnee sociale huurder zou een spaarbuffer van 6750 euro moeten hebben om onvoorziene situaties op te vangen - zoals een kapotte wasmachine -, maar de gemiddelde sociale huurder heeft 5000 euro minder. In Westland is dat bedrag hoger, maar nog steeds lager dan wordt geadviseerd.

In Zuid-Holland hebben vooral sociale huurders in Den Haag en Rotterdam te weinig financiële veerkracht. “Bij de eerste de beste tegenslag komen zij in de problemen”, schrijft Slimster. 

Spaarbuffer

Met een gemiddeld bruto maandinkomen van 2225 euro per huishouden in de sociale huursector, adviseert het Nibud een spaarbuffer van 6750 euro om financiële tegenvallers op te vangen. Dit advies houdt echter geen rekening met kosten voor een auto, waarvoor nog eens 3200 euro extra gereserveerd moet worden.

“Voor het gros van deze huishoudens zijn deze bedragen volstrekt niet haalbaar,” concludeert Slimster op basis van CBS-gegevens.

Westland

Ook in Westland hebben huishoudens in een sociale huurwoning gemiddeld minder spaargeld dan Nibud adviseert: 4100 euro. Dat is 2650 euro minder dan het geadviseerde bedrag.

Maar vergeleken bij sociale huurders in Den Haag zitten Westlandse huurders er nog warmpjes bij. In Den Haag (gemiddeld 800 euro), Rotterdam (900 euro), Leiden en Schiedam (beide 1000 euro) hebben huishoudens in sociale huurwoningen gemiddeld nog minder vermogen. Landelijk gezien bezitten huishoudens in sociale huurwoningen gemiddeld 1700 euro aan vermogen, waarbij spaargeld waarschijnlijk het grootste deel vormt.

Onvoorziene kosten

“Deze beperkte spaarreserve betekent dat zij bij onvoorziene kosten direct in acute geldnood verkeren,” aldus Marco Schuurman, eigenaar van Slimster. Een nieuwe wasmachine, bijvoorbeeld, vergt al snel zo’n 700 euro. Voor veel huishoudens is dit niet zomaar op te brengen, wat kan leiden tot de keuze voor goedkopere, maar minder duurzame alternatieven.

Apparaten huren

“In sommige gevallen kan een huurconstructie een goede oplossing zijn op korte termijn, waarbij je maandelijks een bedrag betaalt voor het gebruik van het apparaat,” voegt Schuurman toe.

Eerder onderzoek van Slimster naar spaardoelen van Nederlanders onthulde dat meer dan 15% van Nederlanders geen spaargeld heeft, waarbij bijna 20% van de huurders dit geldt, zonder onderscheid te maken tussen sociale huurders en huurders in de vrije sector.