Situaties veranderen: Hoe verder als er sprake is van een ‘vergeten’ testament?

Partnerbijdrage
Hoe verder als er sprake is van een ‘vergeten’ testament?
Hoe verder als er sprake is van een ‘vergeten’ testament? (Foto: Aangeleverd)

Gebeurtenissen in iemand zijn leven kunnen ervoor zorgen dat bepalingen in een testament niet meer in overeenstemming zijn met de leefsituatie ten tijde van het overlijden. Mensen scheiden, trouwen, krijgen (meer) kinderen of verliezen hun dierbaren. Dit alles kan ertoe leiden dat een testament volgens erfgenamen of dierbaren niet meer de uiterste wil van de erflater bevat.

Recentelijk speelde er een zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waar bovenstaande situatie zich voordeed. Erflaatster in deze zaak heeft vlak voor de geboorte van haar eerste kind (A) in 1987 een testament opgesteld. In dit testament stond de volgende passage: ‘Ik benoem tot enige en algehele erfgenaam mijner nalatenschap het kind waarvan ik zwanger ben.’ Na de geboorte van A is erflaatster getrouwd en heeft met haar partner nog twee kinderen gekregen (B & C). In 2021 is erflaatster plots overleden en na het overleden is gebleken dat zij op 18 februari 1987 een testament heeft laten opmaken dat naderhand niet meer is herroepen.

Bij het uitleggen van een testament moet rekening worden gehouden met de intenties van de erflater op het moment van opstellen en met eventuele veranderingen in de feitelijke omstandigheden. Het hof verwijst hiervoor naar artikel 4:46 BW. Als er zich na het opmaken van de uiterste wil feiten en omstandigheden voordoen waardoor de leefsituatie ten tijde van overlijden niet langer aansluit bij hetgeen de erflater kennelijk wenste te regelen, dan kan de uiterste wil zo worden uitgelegd dat de desbetreffende beschikking alleen gold voor de situatie die bestond voordat de bedoelde feiten en omstandigheden zich hadden voorgedaan.

Het hof heeft uit de ingebrachte stukken afgeleid dat erflaatster met haar testament alleen de verhoudingen heeft willen regelen voor de situatie die zich voordeed ten tijde van het opstellen van het testament en dus niet heeft bedoeld de situatie ten tijde van haar daadwerkelijke overlijden te regelen.

Het hof verwijst in deze naar een uitspraak van de hoge raad (ECLI:NL:HR:2023:1531) en ziet genoeg aanleiding om het testament van erflaatster zo uit te leggen dat hetgeen daarin geregeld is alleen heeft gegolden voor de periode dat erflaatster ongehuwd en zwanger was tot het moment dat zij trouwde met haar partner. Het hof oordeelt dus dat aan het ‘vergeten’ testament geen betekenis toekomt bij de afwikkeling van haar nalatenschap.

Astrid Lof - Schipper en Lof Advocaten