Olivier Hortensius toch naar WK

Sport
Olivier Hortensius is met vier teamgenoten van HC Rotterdam, dat hofleverancier is van Jong Oranje, op het WK in Maleisië. (Foto: PR)
Olivier Hortensius is met vier teamgenoten van HC Rotterdam, dat hofleverancier is van Jong Oranje, op het WK in Maleisië. (Foto: PR) (Foto: )

Olivier Hortensius is er in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur op het WK voor Onder-21 toch bij. Haast vanzelfsprekend. Hij is al lange tijd één van de vaste klanten voor Jong Oranje. Nu hing zijn selectie echter, door aanhoudende rugklachten, aan een zijden draadje.

De Vlaardingse bij hoofdklasser HC Rotterdam spelende aanvaller (21) heeft, nadat hij zich in februari bij de huisarts meldde en later de diagnose ‘lichte hernia’ hoorde, meer specialisten en therapeuten gezien dan hem lief is. “En iedereen had wel wat anders te zeggen”, hoorde hij. Uiteindelijk bleek het een beknelde zenuw. Dat zorgde er voor, dat lopen een probleem werd en zelfs slapen hem moeite kostte. En leverde het bij de bondscoaches twijfels op over zijn selectie. Dat deed hem nog het meeste pijn. “Want op een gegeven moment ga je je afvragen: wanneer stopt dit? Ik wil lekker gezond zijn. Zorg dat je fit bent, had de bondscoach gezegd. Toen heb ik nog maar even op de tanden gebeten. Dan is het fijn te merken, dat dat vertrouwen van de teamleiding oplevert en ik mee mag.” Hortensius, die al sinds zijn zeventiende in de hoofdmacht van HC Rotterdam speelt, was er in 2021 ook al bij toen Jong Oranje in de kwartfinale in de laatste minuut werd uitgeschakeld door Argentinië. De Zuid-Amerikanen klopten vervolgens in de finale Duitsland. Vorig jaar werd hij met Jong Oranje Europees kampioen. 

Nederland, waarvoor HC Rotterdam met vijf spelers hofleverancier is, speelt op het WK in de poulefase tegen Pakistan, Belgie en Nieuw Zeeland. “Op papier is dat te doen”, schat hij in. “Natuurlijk gaan we voor de titel. We hebben na 2021, toen we vijfde werden, nog wat goed te maken. Maar je speelt wel in een vreemd stadion en ver van huis. Dat levert toch een ander sfeertje en daardoor wellicht een andere afloop op.”